In het simulatieprogramma van het aortamodel is het mogelijk bepaalde grootheden te veranderen, om vervolgens het (veranderde) gedrag te kunnen bestuderen. Deze pagina is bedoeld om vertrouwd te raken met het simulatieprogramma en de mogelijkheden ervan. Pas als met de simulatie op deze pagina is geoefend is het verstandig om te beginnen met de cursus. In onderstaande simulatie worden alle mogelijke outputs en inputs gedisplayed, wat het geheel nogal onoverzichtelijk maakt. Dit is echter, zoals eerder gezegd alleen bedoeld om te oefenen, en vertrouwd te raken met alle mogelijkheden. In de cursus zullen steeds enkel de relevante variabelen weergegeven worden. De onderstaande simulatie is actief en klaar om mee te oefenen.
De simulatie bestaat uit drie kolommen en een aantal knoppen. Hieronder wordt beschreven waar deze voor dienen:
Interventiemogelijkheden
In de eerste kolom staan de interventiemogelijkheden, dit zijn
de variabelen die je zelf kunt veranderen. Dit model heeft vier
interventiemogelijkheden:
CAO (De compliantie). De normale waarde hiervan is
1,1 ml/mmHg
RP (De perifere weerstand). De normale waarde hiervan is 1,25 mmHg.s/ml
PLVmax (De maximale linkerventrikeldruk). De normale
waarde hiervan is 120 mmHg
F (De hartslagfrequentie). De normale waarde hiervan is
1 hartslag per seconde
Deze waarden zijn te veranderen binnen bepaalde grenzen. Dit
kan op twee manieren:
1. Het verschuiven van het schuifje naast de te
veranderen variabele, totdat de gewenste
waarde in het bijbehorende venster verschijnt.
2. Het direct intypen van de nieuwe waarde in het venster
van de betreffende variabele.
Grafiek
In de tweede kolom staat de grafiek van de outputvariabelen.
In dit model zijn vijf outputvariabelen, en dus vijf verschillende
grafieklijnen mogelijk. Deze variabelen en hun
bijbehorende kleuren zijn:
PLV (De linkerventrikeldruk) kleur =
Cyan
PAO (De aortadrduk) kleur =
Rood
QAO (De bloedstroom de aorta in) kleur =
Groen
QP (De bloedstroom de aorta uit) kleur =
Blauw
VAO (Het aortavolume) kleur =
Geel
Tellertjes
Omdat de grafieken alleen het dynamisch gedrag van de
variabelen weergeven en niet zo zeer de waarden ervan, staan in
de derde kolom tellertjes. Voor iedere uitgangsvariabele die
in de grafiek staat is er een tellertje. Bij het tellertje staat
de naam van de variabele vermeld, en de waarde van de variabele
staat aangegeven in dezelfde kleur als in de grafiek. De waarde
die het tellertje aangeeft is de instantane waarde van de
variabele. Aan het eind van de simulatie geeft het tellertje dus
de waarde aan waarmee de simulatie geëindigd is. Om een waarde
ergens in het midden van de grafiek te vinden, moet de simulatie
halverwege gestopt worden en kan de waarde afgelezen worden van
het tellertje. Hoe de simulatie halverwege gestopt kan worden
wordt hieronder uitgelegd.
Knoppen
Onderaan het simulatiescherm staan een vijftal knoppen
met de volgende functies:
Reset
Bij het indrukken van deze knop, wordt het grafiekscherm
leeg en springen alle waarden van de inputvariabelen op hun
standaardwaarde, zoals deze staat in het hoofdstuk
"interventiemogelijkheden" eerder op deze pagina. De simulatie
is nu weer dezelfde als toen hij net was opgestart.
Stop
Bij het indrukken van deze knop stopt de simulatie
en dus ook het lopen van de grafiek. De simulatie kan nu niet
meer verder lopen. Als je nog een simulatie wilt uitvoeren,
moet je eerst op de resetknop drukken.
Pause
Als je op deze knop drukt, stopt de simulatie en ook het
lopen van de grafiek. Deze stop is echter slechts een pauze,
en de simulatie kan later weer verdergaan. Door deze knop is
het mogelijk om tijdens de simulatie de waarden van de
ingangsvariabelen te veranderen en de gevolgen daarvan direct
te vergelijken met de vorige waarden. Ook is het mogelijk om
nu tussentijds grafiekwaarden af te lezen op de tellertjes
Continue
Na het drukken op deze knop start de simulatie.
Als de simulatie al was gestart, maar weer gestopt door op de
pauzeknop te drukken, kun je de grafieken weer laten lopen door
op deze knop te drukken.
Step
Met deze knop is het mogelijk om de grafiek in kleine
stapjes van 0,01 seconden te laten lopen. Bij elke druk op de knop loopt hij
een stapje verder. Deze optie maakt het mogelijk om waarden
exacter af te kunnen lezen. In plaats van met de continueknop
te gokken waar bijvoorbeeld een maximum zit, kun er je met deze
knop precies naar toe lopen.